939 B
Artikel 53
Algemene voorwaarden voor de leden van de toezichthoudende autoriteit
1. De lidstaten schrijven voor dat elk lid van hun toezichthoudende autoriteiten volgens een transparante procedure
wordt benoemd door: — hun parlement;
— hun regering;
— hun staatshoofd; of
— een onafhankelijk orgaan dat krachtens het lidstatelijke recht met de benoeming is belast.
2. Elk lid beschikt over de nodige kwalificaties, ervaring en vaardigheden, met name op het gebied van de
bescherming van persoonsgegevens, voor het uitvoeren van zijn taken en het uitoefenen van zijn bevoegdheden.
3. De taken van een lid eindigen bij het verstrijken van de ambtstermijn, bij ontslag of bij verplichte pensionering
overeenkomstig de wetgeving van de lidstaat in kwestie.
4. Een lid wordt slechts ontslagen indien het op ernstige wijze is tekortgeschoten of niet langer aan de vereisten voor
de uitvoering van de taken voldoet.